Wanneer auditors de werking van een IT- of bedrijfsproces vast willen stellen, nemen ze vaak een deelwaarneming. Op Internet zijn talloze voorbeelden te vinden van tabellen die aangeven hoeveel posten minimaal beoordeeld moeten worden, afhankelijk van hoe vaak een proces in een jaar wordt uitgevoerd (zie bijvoorbeeld het Control Framework Horizontaal Toezicht Zorg, geraadpleegd op 24 november 2020). Een deelwaarneming is geen steekproef. Omdat met een deelwaarneming doorgaans minder posten worden gecontroleerd, is de zeggingskracht stukken lager dan wat met een steekproef mogelijk is. In dit artikel wordt toegelicht hoe een statistische steekproef zou kunnen worden gebruikt om een uitspraak te doen over de werking van een proces. Ingegaan wordt op de vraag wat een steekproef precies is, uit welke stappen die bestaat en welke alternatieven er zijn.

Begin 2020 rapporteerden zowel de Monitoring Commissie Accountancy (van der Veer en anderen, 2020) als de Commissie Toekomst Accountancysector (Ottow en anderen, 2020) hun conclusies over de onderzoeken die zij hadden uitgevoerd. Die conclusies logen er niet om. Beide signaleren een structureel probleem in de kwaliteit die accountants leveren en roepen op tot een structurele cultuurverandering in de sector. Het gebrek aan kwaliteit komt tot uitdrukking in het toezicht van de Autoriteit Financiƫle Markten en het optreden van boekhoudschandalen. Maar wat verstaan we precies onder de term auditkwaliteit? In dit artikel wordt die vraag beantwoord en wordt tevens een verband gelegd met een ander belangrijk begrip, namelijk de onafhankelijkheid van accountants. Dat is niet alleen voor accountants van belang, maar ook voor operational en IT-auditors.

Onderhandeling is voor sommige auditors een beladen woord. Het woord doet denken aan het afdingen op de markt voor een zo gunstig mogelijke prijs. Die associatie is echter niet terecht. Interacties tussen auditors en geauditeerden kunnen namelijk als een onderhandeling worden beschouwd. In dit artikel wordt het onderhandelingsproces beschreven en wordt gedemonstreerd wat het beste werkt om een zo goed mogelijke uitkomst te bereiken.

Accountants die een financieel belang hadden in hun controleklanten (Goldman en Barlev, 1974), bij dezelfde organisatie controleerden en adviseerden (Schulte, 1966) en geen verantwoording hoefden af te leggen aan een auditcommissie omdat die niet bestond (Knapp, 1987): er kon vroeger veel. De wetgever heeft in reactie op boekhoudschandalen de nodige maatregelen getroffen om de onafhankelijke positie van de accountant te versterken. In dit artikel wordt ingegaan op het begrip onafhankelijkheid en wat daarover in de wetenschappelijke literatuur bekend is.