De markt voor de jaarrekeningcontrole voor beursgenoteerde ondernemingen wordt gedomineerd door vier grote accountantskantoren (Vourc’h en Morand, 2011). Het blijkt lastig voor andere kantoren om tot die markt toe te treden. Sterker nog, in Nederland hebben recent enkele middelgrote kantoren hun vergunning om organisaties van openbaar belang te controleren juist teruggegeven (Polman, 2019). Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het effect van de grootte van het accountantskantoor op auditkwaliteit en onafhankelijkheid. In dit artikel worden enkele belangrijke uitkomsten uit die onderzoeken gepresenteerd.

Oordeelsvorming behoort tot de kern van het auditvak. Oordeelsvorming is nodig om een conclusie over de mate van beheersing te kunnen trekken en om zekerheid te kunnen geven. Niet voor niets wordt objectiviteit in de beroepsregels als een fundamenteel principe beschouwd (IFAC, 2018). Toch gaat het niet altijd goed met die oordeelsvorming. Zo vond de Autoriteit Financiële Markten in 2010 dat ’externe accountants in teveel controles hun oordeel op ontoereikende controle-informatie baseren en bovendien een onvoldoende professioneel-kritische instelling’ hebben (AFM, 2010). De Stuurgroep Publiek Belang constateerde, op basis van een gezamenlijke oorzakenanalyse door de vier grote accountantskantoren, dat accountants over een ’professioneel-kritische houding en kritische oordeelsvorming’ moeten beschikken; wordt daar niet aan voldaan, dan kan de controlekwaliteit in het geding zijn (Stuurgroep Publiek Belang, 2018). Maar wat is dat eigenlijk: professioneel-kritisch? In dit artikel gaan we nader in op de begrippen oordeelsvorming en scepticisme, wat daarover in de wetenschappelijke literatuur over bekend is en hoe auditors die inzichten in de praktijk kunnen brengen.

Wanneer auditors de werking van een IT- of bedrijfsproces vast willen stellen, nemen ze vaak een deelwaarneming. Op Internet zijn talloze voorbeelden te vinden van tabellen die aangeven hoeveel posten minimaal beoordeeld moeten worden, afhankelijk van hoe vaak een proces in een jaar wordt uitgevoerd (zie bijvoorbeeld het Control Framework Horizontaal Toezicht Zorg, geraadpleegd op 24 november 2020). Een deelwaarneming is geen steekproef. Omdat met een deelwaarneming doorgaans minder posten worden gecontroleerd, is de zeggingskracht stukken lager dan wat met een steekproef mogelijk is. In dit artikel wordt toegelicht hoe een statistische steekproef zou kunnen worden gebruikt om een uitspraak te doen over de werking van een proces. Ingegaan wordt op de vraag wat een steekproef precies is, uit welke stappen die bestaat en welke alternatieven er zijn.