De markt voor de jaarrekeningcontrole voor beursgenoteerde ondernemingen wordt gedomineerd door vier grote accountantskantoren (Vourc’h en Morand, 2011). Het blijkt lastig voor andere kantoren om tot die markt toe te treden. Sterker nog, in Nederland hebben recent enkele middelgrote kantoren hun vergunning om organisaties van openbaar belang te controleren juist teruggegeven (Polman, 2019). Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het effect van de grootte van het accountantskantoor op auditkwaliteit en onafhankelijkheid. In dit artikel worden enkele belangrijke uitkomsten uit die onderzoeken gepresenteerd.

Beter imago van grote kantoren

Uit enquêtes blijkt dat beleggers, kredietanalisten en accountants zelf een grote omvang van het kantoor associëren met een hoge auditkwaliteit (Christensen en anderen, 2016) en onafhankelijkheid in schijn (Shockley, 1981). Omgekeerd geldt dat een kleine omvang de perceptie van onafhankelijkheid verlaagt (Beattie en anderen, 1999). Overigens hebben grote kantoren niet alleen een betere reputatie, een grote omvang van het kantoor wordt ook in verband gebracht met het vaker afgeven van verklaringen met beperking (Li en anderen, 2008) of minder overlopende posten in de jaarrekening (Bills en anderen, 2016). Het mag geen verbazing wekken dat omvang van het kantoor vaak als tussenvariabele of proxy voor auditkwaliteit wordt gebruikt (DeFond en Zhang, 2014).

Achterliggende redenen

Waarom is er een positieve associatie tussen de omvang van het accountantskantoor aan de ene kant en auditkwaliteit en onafhankelijkheid aan de andere kant? Het is lastig om die vraag te beantwoorden, aangezien de jaarrekeningcontrole voor buitenstaanders een black box is (Francis, 2011).

Over het algemeen wordt beredeneerd dat grote kantoren voor hun inkomsten minder afhankelijk zijn van een enkele controleklant en ze door een groter klantenbestand meer risico’s lopen op het gebied van reputatie en aansprakelijkheid (DeFond en Zhang, 2014). Als wordt aangenomen dat een bestaande controleklant voor terugkerende inkomsten zorgt, dan heeft een groot kantoor meer te verliezen dan een klein kantoor als het door opportunistisch gedrag een lagere kwaliteit levert (DeAngelo, 1981). Ook zouden voornamelijk grote kantoren de kennis en expertise in huis hebben om omvangrijke en complexe controleklanten te bedienen en bovendien in staat zijn om de beste studenten aan zich te binden (Christensen en anderen, 2016).

Uit onderzoek blijkt verder dat grote kantoren meer kosten in rekening brengen dan kleine kantoren (Knechel en anderen, 2013), wat Choi en anderen (2008) verklaren met het hogere aansprakelijkheidsrisico, zodat accountants dan meer werkzaamheden moeten verrichten. Daarnaast is de onafhankelijkheid van auditcommissies in verband gebracht met de keuze voor een groot accountantskantoor (Francis, 2011; DeFond en Zhang, 2014).

Enige nuance

Omdat we niet precies weten wat er in die black box gebeurt, kan de relatie tussen omvang van het kantoor en auditkwaliteit en onafhankelijkheid ook omgekeerd zijn. Het is mogelijk dat grote controleklanten eerder voor een groot dan een klein accountantskantoor kiezen, omdat een verklaring van een groot kantoor meer waarde heeft voor de beoogde gebruikers (zie bijvoorbeeld DeAngelo, 1981). Als die grote controleklanten bovendien hun zaken beter voor elkaar hebben dan kleine bedrijven, zal dat een positief effect hebben op de auditkwaliteit. Het kan ook zo zijn dat een groot kantoor kleine en riskante controleklanten op voorhand weigeren (DeFond en Zhang, 2014). Recente berichten over de problemen die kleine beursfondsen hebben om een accountant te vinden, laten zien dat dit geen ondenkbeeldig scenario is (Motké, 2020).

Conclusie

Dat er een relatie is tussen de omvang van het accountantskantoor enerzijds en auditkwaliteit en onafhankelijkheid anderzijds, staat niet ter discussie. Het is interessant om te weten hoe dat precies komt. Om die vraag te beantwoorden is onderzoek nodig naar de manier waarop accountants controles uitvoeren en hoe de interacties met controleklanten verlopen.

Dankwoord

Met dank aan Frank Nillesen die een eerdere versie van dit artikel heeft gelezen en van commentaar heeft voorzien.

Artikel als PDF lezen

Referenties

Beattie, V. A., Fearnley, S. en Brandt, R. (1999), “Perceptions of auditor independence: U.K. evidence”, Journal of International Accounting, Auditing and Taxation, vol. 8, nr. 2, pag. 67—101.

Bills, K. L., Swanquist, Q. T. en Whited, R. L. (2016), “Growing pains: Audit quality and office growth”, Contemporary Accounting Research, vol. 33, nr. 1, pag. 288—313.

Choi, J.-H., Kim, J.-B., Liu, X. en Simunic, D. A. (2008), “Audit pricing, legal liability regimes, and Big 4 premiums: Theory and cross-country evidence”, Contemporary Accounting Research, vol. 25, nr. 1, pag. 55—99.

Christensen, B. E., Glover, S. M., Omer, T. C. en Shelley, M. K. (2016), “Understanding audit quality: Insights from audit professionals and investors”, Contemporary Accounting Research, vol. 33, nr. 4, pag. 1648—1684.

DeAngelo, L. E. (1981), “Auditor size and audit quality”, Journal of Accounting and Economics, vol. 3, pag. 183—199.

DeFond, M. en Zhang, J. (2014), “A review of archival auditing research”, Journal of Accounting and Economics, vol. 58, nr. 2-3, pag. 275—326.

Francis, J. R. (2011), “A framework for understanding and researching audit quality”, Auditing: A Journal Of Practice & Theory, vol. 30, nr. 2, pag. 125—152.

Knechel, W. R., Krishnan, G. V., Pevzner, M., Shefchik, L. B. en Velury, U. K. (2013), “Audit quality: Insights from the academic literature”, Auditing: A Journal of Practice & Theory, vol. 32, nr. Supplement 1, pag. 385—421.

Li, C., Song, F. M. en Wong, S. M. L. (2008), “A continuous relation between audit firm size and audit opinions: Evidence from China”, International Journal of Auditing, vol. 12, nr. 2, pag. 111—127.

Motké, S. (2020), “Geen accountant te vinden voor klein beursfonds: ‘We kunnen geen kant op”’, Het Financieele Dagblad. Uitgave van 1 juli 2020.

Polman, J. (2019), “Derde accountant op rij stapt uit eredivisie controlemarkt”, Het Financieele Dagblad. Uitgave van 22 mei 2019.

Shockley, R. A. (1981), “Perceptions of auditors’ independence: An empirical analysis”, The Accounting Review, vol. 56, nr. 4, pag. 785—800.

Vourc’h, J. L. en Morand, P. (2011), “Study on the effects of the implementation of the acquis on statutory audits of annual and consolidated accounts including the consequences on the audit market”, Tech. rapp., ESCP Europe, Paris.