Wie het nieuws de afgelopen tijd heeft gevolgd, zal niet ontgaan zijn dat verhitte discussies zijn gevoerd over het begrip ’identiteit’ (Tiemeijer 2021; Wansink 2023; Canters 2026). Beschouwt iemand zich als man, vrouw of iets anders? Wat betekent het om Nederlander te zijn? Ook accountants hebben een identiteit en daarover gaat dit artikel. In het bijzonder gaat het om de identificatie die accountants met anderen gedurende hun dagelijkse werk kunnen ontwikkelen en wat dat voor auditkwaliteit betekent.
Sociale identiteit
Volgens de sociale identiteitstheorie kunnen mensen zich associëren met een of meer sociale groepen waartoe ze behoren en leiden een zelfbeeld of eigenwaarde uit die verbondenheid af (Fuller, Riley, en Stuart 2023). Een sociale groep kan op van alles betrekking hebben: leeftijd, etnische afkomst, geloof, een politieke partij of de plaats waar iemand woont. Een sociale identiteit kan zwak of sterk zijn, kan prominent of juist op de achtergrond sluimeren (Bauer 2015) en kan concurreren met andere sociale identiteiten (Bamber en Iyer 2007). De sterkte van een sociale identiteit hangt af van de overlap tussen de waarden van het individu en die van de groep (Fuller, Riley, en Stuart 2023). In die zin kan een sterke en prominente sociale identiteit invloed hebben op inschattingen, oordelen en handelingen van mensen.
De identiteit van accountants
De sociale identiteitstheorie is ook toegepast op het vakgebied van auditing. Vier vormen van de sociale identiteit van externe accountants zijn onderzocht, namelijk die met (1) de controleklant, (2) het beroep, (3) het accountantskantoor en (4) het controleteam (Fuller, Riley, en Stuart 2023).
Het meeste onderzoek is naar de identificatie van accountants met controleklanten gedaan. Accountants vereenzelvigen zich vooral met een controleklant als ze vinden dat die een goede reputatie heeft, naarmate ze langer aan de controleklant verbonden zijn, als de controleklant belangrijk voor ze is of als een oud-collega daar werkt (Fuller, Riley, en Stuart 2023). Over het algemeen heeft klantidentificatie een negatief effect op controlekwaliteit (Stefaniak, Houston, en Cornell 2012; Herda en Lavelle 2015; Svanberg en Öhman 2015), bijvoorbeeld dat ze eerder toegeven aan de controleklant wanneer zich een dispuut over een bevinding voordoet (Bamber en Iyer 2007). Identificatie met controleklanten kan vooral problematisch zijn in het licht van de tegenstrijdige belangen tussen de directie van een organisatie enerzijds en de eigenaren en andere belanghebbenden anderzijds.
Naast de controleklant kan een accountant zich ook betrokken voelen bij zijn beroep (Suddaby 2009). Volgens Bamber en Iyer (2002) is er een positief verband tussen het imago van het beroep en autonomie in het werk aan de ene kant en beroepsidentificatie aan de andere kant. Over het algemeen wordt aangenomen dat identificatie met het beroep een positief effect op controlekwaliteit heeft (Bamber en Iyer 2007; Bauer 2015; Fuller, Riley, en Stuart 2023). Bauer (2015) heeft in zijn experiment bijvoorbeeld laten zien dat het negatieve effect van klantidentificatie teniet kan worden gedaan, wanneer de professionele identiteit van een accountant wordt benadrukt.
Het effect van identificatie met het accountantskantoor en het controleteam is minder vaak onderzocht en het effect op controlekwaliteit is minder eenduidig (Fuller, Riley, en Stuart 2023). Identificatie met het accountantskantoor kan een negatief effect op controlekwaliteit hebben, indien commerciële waarden daar belangrijk zijn (Broberg e.a. 2018). Daar staat tegenover dat accountants die zich sterk met hun kantoor vereenzelvigen, minder snel op zoek gaan naar een andere baan (Bamber en Iyer 2002). Interne auditors met een sterke identificatie met hun werkgever geven bovendien minder snel toe in een conflict over een bevinding (Stefaniak, Houston, en Cornell 2012). Teamidentificatie wordt gestimuleerd als de auditleider op het team in plaats van op zijn eigen carrière is gericht, die op haar beurt ervoor zorgt dat accountants zich meer bij het team betrokken voelen en zich eerder uit durven te spreken (Nelson, Proell, en Randel 2016). Wanneer accountants lid zijn van een team in plaats van alleen opereren, kan dat het effect van informele beïnvloeding door het management afzwakken (King 2002). Een negatief effect van teamidentificatie is echter dat accountants, die zich sterk met hun team identificeren, een collega kunnen dekken die slecht gedrag vertoont (Fuller, Riley, en Stuart 2023).
Conclusie
Zodra iemand deel uitmaakt van een sociale groep, is enige vorm van identificatie onvermijdelijk. Dat geldt ook voor accountants die tijdens de jaarrekeningcontrole intensief contact met medewerkers van de controleklant hebben. Een mogelijke oplossing is dat accountants tegelijkertijd deel uit maken van andere sociale groepen, bijvoorbeeld die van de eigenaren van en andere belanghebbenden bij de controleklant. Niet alleen zouden accountants dan waarden kunnen delen met die partijen, tevens treedt dan concurrentie tussen de identificatie met de twee sociale groepen op, zodat het potentieel negatieve effect van klantidentificatie kleiner uitvalt. In de huidige situatie zal dit slechts een hypothetische oplossing zijn, aangezien accountants wel persoonlijk te maken hebben met medewerkers van de controleklant, maar niet of nauwelijks met eigenaren en belanghebbenden. In het licht van actuele ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving is het daarom belangrijk dat algemene vergaderingen van aandeelhouders ook fysiek blijven plaatsvinden.▣
Dankwoord
Met dank aan Frank Nillesen die een eerdere versie van dit artikel heeft gelezen en van commentaar heeft voorzien.